Op deze foto wist ik nog niet wat schrijven écht betekende.
Alleen wel dat ik het ooit wilde kunnen. Ik keek ademloos naar Jessica Fletcher uit de serie Murder, She Wrote, waarin ze moeiteloos misdaden oploste én boeken schreef op zo’n ouderwetse typemachine.
En ik zag Roald Dahl in zijn schrijvershuisje met zijn gele vers geslepen potloden, helemaal in zijn eigen wereld.
Dat leek me het mooiste wat er bestond: verhalen maken die blijven hangen.
Toch liep het anders.
Ik werkte achttien jaar in de wereld van het financiële advies.
Een wereld waarin ik veel leerde over mensen, keuzes en verantwoordelijkheid maar waarin het schrijven vooral in de marge gebeurde.
Tot ik me realiseerde dat dat kleine meisje met het rode boekje nog steeds in mij zat.
Ik zegde, na lang wikken en wegen, mijn baan op en besloot te gaan doen wat ik als klein kind al wilde: schrijven.
Zo ontstond Moonen Media.
Schrijven is kwetsbaar
Wie schrijft, laat zichzelf zien.
Fictie of non-fictie is: zodra je woorden op papier staan, wordt het zichtbaar voor de buitenwereld.
Tijdens het schrijven voelt dat nog veilig. Alsof je piano speelt: de vingers doen hun werk, de melodie ontstaat vanzelf.
Tot je terugleest en denkt: heb ik dat geschreven?
De échte kwetsbaarheid komt pas later.
Als anderen het gaan lezen.
Als mensen reageren, online of in gesprekken.
Als je woorden een eigen leven krijgen.
Veel ondernemers onderschatten dat moment.
Een boek is niet zomaar een visitekaartje of marketingtool.
Het is jouw visie, jouw stem, jouw overtuiging.
En ja, dat voelt soms een beetje als in je nakie staan.
Een boek vraagt leiderschap
Non-fictie schrijven is een daad van leiderschap.
Niet omdat het om ego draait, maar omdat je positie kiest.
Je zegt: zo kijk ik ertegenaan, en hier sta ik voor.
Een boek dat iedereen wil pleasen, verdwijnt in de massa.
Een boek met een duidelijke stem, durft te schuren.
Wie schrijft, neemt verantwoordelijkheid voor zijn boodschap.
Dat is wat sterke leiders doen, niet alleen binnen hun bedrijf, maar ook in hun verhaal.
Wat ik zie bij ondernemers
De meesten beginnen vol enthousiasme.
Maar ergens onderweg komt twijfel.
Is mijn verhaal wel interessant genoeg?
Wil iemand dit lezen?
Toch is het meestal niet de inhoud die ze tegenhoudt, maar de onzekerheid over zichzelf.
Want zodra hun verhaal op papier staat, ligt ook hun identiteit open.
Een boek zegt niet alleen wat je weet, maar ook wie je bent.
En precies daar zit de kracht.
Een goed boek straalt geloofwaardigheid, richting en lef uit.
Het laat zien dat je weet wat je doet én waarom.
De rol van een ghostwriter
Ik werk met mensen die hun verhaal willen vertellen, maar niet altijd weten waar ze moeten beginnen.
De meeste ondernemers praten met gemak over hun vak, hun visie of hun bedrijf. Het schrijven zelf vinden ze lastiger.
Mijn rol is om te luisteren, door te vragen en hun woorden te vertalen naar een helder, samenhangend verhaal.
Soms ontmoet ik iemand met een verhaal dat vooral om verwerking vraagt.
Als ik voel dat er pijn of onverwerkt verdriet onder zit, dan zeg ik eerlijk dat ik misschien niet de juiste persoon ben.
Dan is een hulpverlener of coach soms passender.
Een boek schrijven vraagt immers niet alleen moed, maar ook om afstand.
Om de rust om terug te kijken en te delen wat anderen verder helpt.
“Een boek laat niet alleen zien wat je weet, maar ook wie je bent. Zelfs als het niet over jou gaat.”
De bal die altijd weer omhoog komt
Veel ondernemers dragen al jaren het idee voor een boek met zich mee.
Het sluimert tussen agenda’s, targets en strategieën in.
Maar dat verlangen verdwijnt niet.
Het is als een bal die je onder water duwt.
Hij blijft terug omhoog komen. Tot je toegeeft.
Schrijven is een keuze om zichtbaar te zijn, om richting te geven of om iets blijvends achter te laten.
Met dat rode boekje in mijn handen had ik nog geen idee van deadlines, klanten of uitgevers.
Ik hield gewoon van verhalen. En dat is eigenlijk nog steeds zo.
Alleen zijn de verhalen nu het werk geworden dat ik ooit droomde te doen.