Ik lees en schrijf veel klantcases. En hoe beter het verhaal klinkt, hoe minder ik het geloof. Veel klantcases zijn zó positief: alles ging goed, de samenwerking verliep soepel en het resultaat was boven verwachting. Oja, en de lijntjes waren kort en de samenwerking heel transparant. Op papier klopt het. Maar als lezer haak ik af.
In interviews voor klantcases hoor ik namelijk vaak iets anders. In een korte stilte, een nuance, of een terloopse toevoeging. Dat zijn de momenten die iets zeggen over hoe het echt is gegaan.
Want samenwerkingen verlopen zelden zonder frictie.
Er wordt afgestemd, bijgestuurd, soms schuurt het. Dat is geen probleem. Dat is hoe werk tot stand komt.
Daarom luister ik in interviews niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar wat er tussendoor gebeurt.
Als ik daar iets hoor of zie, vraag ik door. En ik neem het, zorgvuldig en afgestemd, mee in de tekst.
En daar zit voor organisaties de meerwaarde.
Niet in het perfecte verhaal, maar in het échte verhaal.
Omdat we ook maar gewoon mensen zijn die er met elkaar het beste van willen maken.